Je maakt nog eens wat mee in de bieb

 

Ik werk al ruim 40 jaar bij de bibliotheek dus van mij krijgen jullie een verhaal uit de oude doos.

Het zal zo rond het begin van de jaren negentig in de vorige eeuw zijn geweest. Ik werkte toen in Bibliotheek Bloemhof, aan de Lange Hilleweg, op de hoek van de Strevelsweg, ‘op zuid’. Het was een behoorlijke drukke bibliotheek en het was er wel eens onrustig. Overlast gevende groepen jongeren. Of ouderen. Onbeschoft gedrag. En dat alles zorgde er bij mij soms voor dat ik dingen niet helemaal helder zag.

Op een middag stond ik achter de balie in de buurt van de toiletten. Ik hoorde uit het herentoilet een ruzieachtig lawaai komen. Voor de duivel niet bang, stormde ik er op af. Toen ik de deur openrukte, zag ik vanuit mijn ooghoek een mes schitteren. En dat mes werkte op mij als een rode lap op een stier. “Een mes? In mijn bibliotheek?  ”%6*g#$5*

Ik ontstak in woede en probeerde het mes af te pakken, maar de heer met het mes liet dat niet zomaar toe. Ook hij was witheet en zo stonden we tegen elkaar aan te schreeuwen, stoeiend om dat mes.

Ondertussen was er voor de toiletten een flinke oploop ontstaan. Terwijl iedereen mee genoot van onze fikse woordenwisseling, ging één van de toiletdeuren open en glipten een jongen en een meisje de wc uit. De man met mes werd nog kwader, en wilde ze, vloekend en tierend, achterna. Maar ik zag alleen dat mes… en hield de man tegen.

En terwijl ik de man tegenhield viel langzaam, heel langzaam , het kwartje. De man had niet geprobeerd iemand neer te steken, hij had geprobeerd met zijn hele kleine Zwitserse zakmesje, de wc-deur open te maken omdat hij dacht dat er iets onwelvoeglijks in het toilet gebeurde. Wat dus ook zo was.

In eerste instantie dacht hij dat er iemand onwel was geworden en probeerde hij met zijn mesje het slot van de deur forceren. Toen dat niet lukte, begreep hij snel waarom. Het gekreun kwam niet van iemand die onwel was geworden, maar van een stel dat duidelijk niet gestoord wenste te worden. Terecht dat de man woedend was, maar ik zag alleen dat mes en trok de volkomen verkeerde conclusie.

De omstanders hadden achteraf heel wat te vertellen thuis. En de man en ik ook. Nadat de rust was teruggekeerd, konden we er hartelijk om lachen. Maar het was voor mij ook duidelijk dat het tijd werd voor een rustige werkplek. Want de onrust in de bieb en in mijn hoofd zorgden voor een getroebleerde blik.

 

© 2019 - Bibliotheek Rotterdam

Voer uw gebruikersnaam / pasnummer en wachtwoord in.